Verhalen

‘Ik ben verreweg de oudste, maar dat is een drempel die je over moet’

Piet Nieuwenhuijsen werkt het liefst met kinderen: ‘Altijd heb ik vrijwilligerswerk gedaan. Ik ben begonnen als gezinsvoogd, zo’n dertig jaar geleden. Dat gezin werd onder toezicht gesteld en hen heb ik begeleid, zowel het kind als de familie. Toen al werd ik geconfronteerd met het leven tussen verschillende culturen.’

 

Toen Piet met pensioen ging, is hij meteen het vrijwilligerswerk weer ingedoken. Piet: ‘Ik heb veel bestuursfuncties gehad, maar toen ik stopte met werken wilde ik terug naar de basis. Via een organisatie in Overvecht hoorde ik dat er een Weekendschool was. Sinds drie jaar ben ik nu elke twee weken, en soms vaker, werkzaam bij de IMC Weekendschool.

 

Ik werk het liefst direct met kinderen. De grootste uitdaging vind ik om, ondanks dat ik ouder ben, toch een verbinding aan te gaan met hen. En dat lukt! Van nature kan ik al goed met kinderen overweg, maar vanaf het begin heb ik heel goed gekeken naar hoe de vaste krachten het doen. Hier heb ik ontzettend veel van geleerd: zij werken op een consequente, maar liefdevolle manier met de kinderen. Langzamerhand ben ik dat zelf ook gaan praktiseren. Ik heb ook een boek gelezen over filosofie op multiculturele scholen.

 

Verschil tussen mijn vrijwilligerswerk en mijn echte baan is er bijna niet: toen ik hoofd was van een afdeling van honderd mensen kreeg ik ook terug dat zij zich veilig voelden bij mij. Dit is hoe ik met mensen wil omgaan. De sector is heel anders, maar dat maakt het juist leuk.

 

Vrijwilligerswerk is een inspanning waar je heel veel voor terug krijgt. Het geeft zo ontzettend veel voldoening als de kinderen je behandelen alsof je een van hen bent. Over mijn leeftijd maak ik me niet druk. Ik ben verreweg de oudste (bij de Weekendschool), maar dat is een drempel waar je overheen moet. Je moet je eigen houdbaarheidsdatum in de gaten houden: als het niet meer gaat, moet je het niet doen. Maar daar heb ik nog geen seconde over getwijfeld, in tegendeel!’

 

Interview en foto door: VC Utrecht/ Leonie Bello